Tips en trucs‎ > ‎

De hoeveelheid licht voor een foto

Zowel het oude analoge fotorolletje als de moderne digitale sensor hebben licht nodig om een foto te kunnen maken.

Je kunt de hoeveelheid licht die op het rolletje of de sensor valt op drie manieren beïnvloeden:
  1. Hoe lang valt het licht op de sensor?  - sluitertijd of belichtignstijd.
  2. Hoeveel licht laat de lens door? - lensopening of diafragma
  3. Hoe gevoelig is de sensor? - ISO-waarde (ISO = International Standards Organization)
Maar om met deze drie factoren te kunnen spelen, moet de camera eerst weten hoeveel licht er in een bepaalde situatie nodig is.

Mensen hebben ontdekt dat de meeste foto's goed belicht zijn als de camera er van uitgaat dat de totale hoeveelheid licht in het beeld overeenkomt met het licht dat op een vlak valt dat de kleur "18 % grijs" heeft. Ter illustratie: dit plaatje is voor een derde wit, een derde zwart en een derde 18 % grijs.

Als de belichtingscomputer in de automatische stand staat, zal hij de hoeveelheid licht die op de sensor moet vallen dus berekenen alsof hij een foto maakt van een 18 % grijze kaart.

Voor de meeste situaties werkt dat prima. Het gaat fout waar de lichtsituatie behoorlijk anders is dan 'normaal'.
Voorbeelden: foto's in de sneeuw en foto's van donkere onderwerpen. Dat zit zo:
  • Een foto met veel sneeuw is lichter dan de 18 % grijs. Om er toch 18 % grijs van te maken, zorgt de camera dat er minder licht op de sensor komt. Daardoor wordt de sneeuw dus grijs en is de foto eigenlijk onderbelicht.

  • Een foto in een donkere ruimte of met veel donker erin, is donkerder dan 18 % grijs. Om die foto grijs te maken, doet de camera er extra licht bij. Daardoor wordt zwart grijs, en is de foto dus eigenlijk overbelicht.
De manier om dat te corrigeren is nogal tegennatuurlijk: een foto met veel licht erin moeten we juist langer belichten dan de camera wil, en een donker onderwerp moeten we juist korter belichten!!!

Ter illustratie wat voorbeelden. Ik heb steeds drie foto's na elkaar gemaakt met een belichtingstrappetje, waarbij de eerste foto volgens de camera een stop te donker was, de tweede precies goed en de derde een stop te licht. Als je op de foto klikt, zie je een vergroting.

Het onderwerp was water. Dat is nogal grijs. De middelste foto is inderdaad de juiste.

Half water (grijs) en half dunne sneeuw (een beetje wit). Pas bij de overbelichting werd de sneeuw wit, maar doordat de sneeuw wat dun was, zou je ook de middelste goed kunnen vinden.

Een moeilijke: het linkerdeel is nogal donker, de blauwe deur is donker en de lamellen zijn bijna wit. Als je naar de kleur van de deur kijkt, is de middelste foto de beste.

Hier zie je duidelijk dat wit pas wit is als je de foto overbelicht. De middelste is grijs, precies zoals de camera het verwachtte.

En hier de andere kant: de donkere ruimte en de deur zijn bij de linker foto het best.

Comments